Eerste multidisciplinaire richtlijn over postnatale basiszorg voltooid

Gepubliceerd op 12 juli 2018 door admin

Op 3 juli 2018 verscheen de multidisciplinaire richtlijn ‘Postnatale zorg-Verloskundige basiszorg voor moeder en kind’. Op initiatief van de KNOV is voor het eerst een multidisciplinaire richtlijn ontwikkeld door verloskundigen samen met het Kenniscentrum Kraamzorg (KCKZ), de Nederlandse Beroepsvereniging voor Kraamverzorgenden (NBVK), verloskundig actieve huisartsen (NHG) en de cliëntenorganisatie Hoe?Verder.

De richtlijn geeft aanbevelingen voor goede, integrale basiszorg voor moeder en kind vanaf de bevalling tot zes weken erna. Ongeveer 95% van de pas bevallen vrouwen brengt het kraambed geheel of gedeeltelijk thuis door. Op basis van de beste evidence beschrijft de richtlijn hoe de basale postnatale zorg optimaal kan worden afgestemd op de behoeften van de vrouw en haar pasgeborene. Alle zorgverleners die betrokken zijn bij de postnatale zorg in de thuissituatie zijn aangehaakt. Hierdoor kunnen de verschillende zorgverleners de zorg complementair leveren. Zo kunnen zij (kwetsbare) vrouwen en pasgeborenen optimaal ondersteunen en krijgt iedere kraamvrouw en pasgeboren baby eenzelfde basis voor postnatale zorg.

Modules en aanbevelingen
De nieuwe richtlijn bestaat uit twee modules. De eerste module beschrijft de inhoud van de postnatale zorg. Deze module is gebaseerd op de Engelse NICE richtlijn ‘Postnatal Care’, die vertaald en aangepast is aan de Nederlandse situatie. De tweede module beschrijft de organisatie van de integrale postnatale basiszorg. Deze module is afgestemd op de Zorgstandaard en geeft aanbevelingen over het aantal, de timing en de inhoud van de huisbezoeken in de kraamperiode en voor de nacontrole. En over de afspraken die in verloskundige samenwerkingsverbanden gemaakt moeten worden om de zorg te faciliteren.

De richtlijn bevat meerdere aanbevelingen voor zorgverleners. De drie belangrijkste aanbevelingen zijn:

  1. De postnatale zorg wordt aangepast aan de wensen en behoeften van de kraamvrouw (geïndividualiseerde zorg).
    De zorgverlener is alert op lichamelijke klachten en problemen bij het geven van borstvoeding . Maar ook op behoeften die de vrouw zelf misschien niet signaleert, bijvoorbeeld een sombere stemming, slecht slapen of dromen over de bevalling (postnatale depressie). De zorgverlener bepaalt in overleg met de kraamvrouw of er meer contactmomenten nodig zijn of dat het contact op andere momenten moet plaatsvinden.
  2. De postnatale basiszorg bestaat uit minimaal vier huisbezoeken en een nacontrole zes weken na de bevalling.
    De vier huisbezoeken worden afgelegd in de periode vanaf de bevalling tot ongeveer twee weken daarna. Alle vrouwen krijgen een nacontrole aangeboden waarbij wordt gemotiveerd waarom de nacontrole nuttig is.
  3. Evaluatie van de bevalling
    In de eerste week na de bevalling evalueert de zorgverlener die betrokken was bij de bevalling of de (coördinerend) zorgverlener de bevalling met de vrouw.

De richtlijn ‘Postnatale Zorg’ is de eerste richtlijn die volgens de nieuwe werkwijze van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten (KIMS) is ontwikkeld: naast multidisciplinair is dat modulair en met inbreng van cliënten.

Lees meer informatie over de Multidisciplinaire richtlijn Postnatale Zorg op de website van de KNOV.